De Fiets

Vanwege het prachtige weer ga ik niet veel schrijftijd maken vandaag. Mijn excuses daarvoor. Wat ik wel deed is een fietstochtje in de prachtige lentezon. En om het niet zo extreem kort te maken heb ik voor jullie 3 gedichten over fietsen… En om af te sluiten met een kleine teaser… ‘Wordt Vervolgd’

Fietsend door het leven

doodgewoon

onderweg zijn van punt a naar punt b

zonder één noodzakelijk doel,

alleen met open kijkers

door de wereld en het leven fietsend

geeft mij

bij het liedjes horen zingen door de vogels

steeds nog dat 

oog- en oorstrelend

paradijselijk gevoel.
door:jozlebruyn

Genietend op mijn fiets

Over paden en velden fiets ik alleen
genietend van alles om me heen
In de bermen bloeien klaprozen 
boterbloemen, margrieten en fluitenkruid
om me heen hoor ik vogels gefluit.

Vlinders fladderen op bloemen
ik hoor de bijtjes zoemen. 
Een roofvogel zit op een paaltje doodstil,
steeds naar de grond te staren
een muisje vangen is wat hij wil.

Bij een mooi vennetje aangekomen
stap ik van mijn fiets om even weg te dromen
In de stralende zon zit ik lekker aan de waterkant
kikkers hoor ik kwaken aan de rand.

Ik zie libelles over het water zweven
bij een vennetje valt heel wat te beleven
Visjes schieten schichtig door het water
eenden hoor ik met hun gesnater
Ik geniet van alles om me heen
van de mooie natuur alleen.
door:Ellen

Ochtendrit

Links rechts Links rechts
Zo duw ik mijn twee trappers rond

Voor mij ligt een lang smal pad
Gespannen als een lint
Waarop mijn fiets zijn route vindt
Mijn banden zingen hun rubberen lied
In vierkwartsmaat
Op ’t notenschrift van betonnen plaat

Boven mij ontsnapt jong pastel groen
ontvouwt aan’t oude winterhout
Daartussen sprenkelt de ochtendzon
zijn stralen als een stortbad neer

Een ochtend operette van zon en licht
Net als ik het fietspad mijn blijdschap wil 
verklaren met een lied
Zie ik een gestalte naderen ,een glimlach siert
zijn snoet
En als wij elkaar passeren brengen wij elkaar
de fietsersgroet

We heffen onze hand
Onze banden zingen dezelfde wijs
Links rechts Links rechts
Duwen wij de trappers rond
En delen wij t ‘geluk
Wat ik op dit fietspad vond
Op deze mooie ochtendrit.
door:frits

En maandag is er terug muziek hé! Als tip kan ik al meegeven dat het nieuwe nummer van Tyler Bryant And The Shakedown dat vandaag uitkwam ECHT de moeite is!

-Tom.

Gedicht

Deze week heb ik onvoldoende tijd om jullie op een zelfgeschreven tekst te trakteren. En ik doe liever geen half werk, daarom is het deze week tijd voor een gedicht. Jotie ’t Hooft was een Vlaamse dichter die schreef in de neoromantische stijl op zijn eigenwijze manier. Hij is mijn favoriete dichter, en na deze blog zal je misschien wel snappen waarom.

Junkieverdriet

Mijn eeuwenoud, mijn levenslang junkieverdriet 
Van geboortepijn tot nu mijn eenzaamheid 
Die ik deel met duizenden nu ik weet wat ik weet: 
Dat de mens een naald is zoekend naar een ader 
Zoekend naar de kiespijn van zijn ver verleden.

Junkieverdriet, bass-toon van deze tijd 
Waar de verschopte verschaalt in een dode hoek 
Van het denkperspectief, in de paranoia 
Van de kleine penis en de schizofrenie van schaamte.

In deze wereld mijn waansisteem werd liefde 
Een misdrijf in het duister en reizen kruipen 
Uit de schaduw der ouders naar de schaduw van de dood. 
Verdrinken tijdens de armslag naar meer.

Licht van alle licht, licht 
Dat niet dooft met de dagen en mijn geheugen 
Voortdurend doorschijnt, licht licht 
Dat niet zinkt in de stof het woord 
Dat muis is knagend binnen klein bestek, 
Licht dat bomen doorruist en water, licht 
Dat leeft op de vloedlijn bij springtij, 
Tussen afkick en hit, wit licht, witte hitte.

Jotie T’ Hooft 
uit: Junkieverdriet, 
Manteau 1976

Bedankt, fijn weekend, en tot maandag.

-Tom.